Hypergevoelige camera meet stikstofdioxide in Belgische steden

Is de multispectrale APEX-camera geschikt om stikstofdioxide in steden te monitoren? Dat zoekt VITO samen met het Duitse centrum voor Lucht- en Ruimtevaart uit in het Europese project BUMBA. In het voorjaar van 2015 staan de eerste testvluchten op het programma boven Antwerpen, Brussel en Luik.

Te veel stikstofdioxide in de lucht is een probleem waar veel drukke Europese steden mee kampen. Het gas wordt voornamelijk door het verkeer uitgestoten. Aardobservatie is een efficiënte manier om stikstofdioxide te monitoren, maar daar is een uiterst gevoelige camera voor nodig. In het Europese project BUMBA (Belgian Urban NO2 Monitoring Based on APEX hyperspectral data) willen Belgische en Duitse wetenschappers aantonen dat de APEX-camera voor deze toepassing kan worden ingezet.

De APEX-camera (Airborne Prism EXperiment) werd in 2011 ontwikkeld door VITO en de Universiteit van Zürich. Een spectroradiometer legt op basis van verschillende spectrale banden (zichtbaar licht, nabij-infrarood, midden-infrarood) een hypergedetailleerd beeld vast. De APEX-camera stelt wetenschappers in staat om bijvoorbeeld het chlorofylgehalte in landbouwgewassen te volgen, het sediment van rivieren in kaart te brengen of concentraties van stikstofdioxide te meten.

Wat doet VITO?

VITO vergelijkt de resultaten van deze luchtbeelden met meetresultaten van op de grond. Ze wil de APEX-gegevens als aanvulling gebruiken voor het RIO-IFDM-model, een luchtkwaliteitsmodel dat ze samen met de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL) ontwikkelde en dat de stikstofdioxideconcentraties in kaart brengt.

Aardobservatie is een efficiënte manier om stikstofdioxide te monitoren, maar daar is een uiterst gevoelige camera voor nodig.