Europees energiebeleid vermijdt meer dan 300 megaton aan CO2-uitstoot

Op weg naar een koolstofarme samenleving heeft de Europese Unie tegen 2020 en 2030 verschillende tussentijdse energiedoelen gesteld. In een rapport toetsen het Europees Milieuagentschap (EEA) en een consortium van 14 Europese onderzoeksorganisaties,  het ‘European Topic Centre on Air Quality and Climate Change’, deze doelen af aan de geschatte uitstoot van broeikasgassen en de vooruitgang van hernieuwbare energie.

Uit het rapport van het EEA en het consortium blijkt dat het totale Europese aandeel inzake hernieuwbare energieconsumptie de laatste jaren lichtjes steeg, van 14,1 procent in 2012 naar 14,9 procent in 2013. Verwarming en koeling blijft de grootste hernieuwbare energiebron, de sterkste groeisector in 2013 was de productie van hernieuwbare elektriciteit, de sterkste daler het gebruik van biobrandstoffen in de transportsector. Het ‘wat als?’-scenario dat het EEA en de consortiumpartners hanteren, toont echter de duidelijke impact van de Europese inspanningen rond hernieuwbare energie. Wat als we geen hernieuwbare energie zouden inzetten, wat bereiken we door dat wel te doen?

De groeiende beschikbaarheid van hernieuwbare energie zorgde er in 2012 op Europees niveau voor dat de uitstoot van 326 megaton aan CO2 vermeden werd, in 2013 liefst 388 megaton. Zonder de toegevoegde waarde van hernieuwbare energiebronnen, sinds 2005, zou het Europese verbruik van fossiele brandstoffen in 2012 bovendien 7 procent hoger gelegen hebben.

De auteurs verwachten dat het aandeel van hernieuwbare energie in het dagelijkse Europese energieverbruik tegen 2020 en 2030 respectievelijk tot 20 en 27 procent zal toenemen, in lijn met de beoogde doelstellingen van de ‘Energy Roadmap 2050’ van de Europese Commissie. Toch is er nood aan een fikse stroomversnelling. Om tot een koolstofarme samenleving te komen, moeten deze percentages tegen 2050 immers nog aangroeien met 55 tot 75 procent.

Wat doet VITO?

Aan de hand van modellen die VITO voor het EEA en het consortium optimaliseerde, konden in-situ data uit de 28 Europese lidstaten tot een statistisch, omvattend beeld worden gebundeld. Specifiek ging het voor elk van deze landen na wat het totale aandeel is van hernieuwbare energie in het primaire energieverbruik.

De groeiende beschikbaarheid van hernieuwbare energie zorgde er in 2012 op Europees niveau voor dat de uitstoot van 326 megaton aan CO2 vermeden werd, in 2013 liefst 388 megaton.